Geen onderdeel van een categorie

Waar crowdfunding voor bedrijfsleningen intussen aardig gemeengoed begint te worden, was het lange tijd stil op de hypotheek markt. Een aantal maanden geleden maakten we al kennis met Jungo: een hypotheekverstrekker waarbij de crowd voor een deel meedoet in hypotheken gericht op millennials.

Toen was het nog een enthousiast concept, maar de realisatie van het idee van de founders is sinds gisteren een hele stap dichterbij gekomen na een bericht van de AFM: de vergunning is rond. Een cruciale stap in de realisatie van het concept.

Een aantal interessante punten uit het concept:

  • Bij de start zal 80% van de hypotheek worden gefinancierd door traditionele beleggers (pensioenfondsen, etc.). Aangezien dit deel van de lening weinig risico loopt (het huis is het onderpand), is de rente op dit deel relatief laag;
  • De overige 20% wordt via de crowd middels crowdfunding bijeengebracht tegen een rendement van zo’n 3,5%. Enerzijds zullen dit geldschieters zijn uit het netwerk van de hypotheekaanvrager, maar ik verwacht eigenlijk dat de belangrijkste bijdrage zal komen van particuliere beleggers. Dit is ook iets wat ik zie gebeuren bij lening crowdfunding platformen: er is immers geld genoeg in de markt;
  • Als hypotheek aanvrager krijg je na een screening de garantie voor jouw hypotheek: je hoeft dus niet te wachten op de crowdfunding resultaten voordat je de verkopers van het huis kunt melden dat de hypotheek rond is. Het is dan wel zo: je hebt de garantie voor een hypotheek tegen een hogere rente en na het slagen van de crowdfunding campagne gaat dit percentage omlaag;
  • Een van de belangrijkste aandachtspunten bij crowdfunding is normaliter: risicospreiding. Jungo heeft een systeem ontwikkeld waarbij de risico’s over alle investeerders binnen Jungo wordt verdeeld. Hiermee wordt het risico dat je al je geld kwijtraakt op het moment dat één van de hypotheeknemers financiële problemen krijgt tot het minimum beperkt;
  • Jungo zegt daarnaast bezig te zijn met innovaties in het acceptatieproces, waardoor zij ook op dit gebied zich zullen onderscheiden van traditionele hypotheekverstrekkers. Met de ervaringen die ik de laatste tijd heb gehad met de aanvraag van mijn hypotheek denk ik dat hier een flinke slag kan worden gemaakt door in plaats van het proces de klant centraal te stellen.

Vandaag sprak ik Vincent van den Noort, een van de oprichters, over hun expeditie de afgelopen maanden en over het proces met de AFM. Zie hier onder het interview:

(dit artikel verscheen eerder op Marketingfacts.nl)

Het platform AirDnD, waarop hobbykoks etentjes bij hen thuis aanbieden, ligt onder vuur. Traditionele horeca willen dat voor thuiskoks dezelfde regels gaan gelden als voor ‘professionele’ keukens. Volgens mij wordt hier een verkeerde discussie gevoerd.

Steeds meer branches worden opgeschrikt door online ‘disruptieve’ platformen, platformen die pretenderen de macht terug in de handen van de consument te leggen. Denk aan Airbnb, een website waarop particulieren hun huis kunnen verhuren aan toeristen. Deze site is in een paar jaar tijd de grootste accommodatie-aanbieder ter wereld geworden, zonder zelf ook maar één hotelkamer in te richten.

Deze nieuwe manier van ondernemen heeft ook in Nederland de nodige interessante startups opgeleverd. Na Peerby (spullen lenen en huren van je buren) en SnappCar (autodelen) zag een paar maanden thuisrestaurant platform AirDnD (Air Drink ‘n Dine) het levenslicht.

Op dit platform kunnen hobbychefs hun huiskamer openstellen aan geïnteresseerden en zo laagdrempelig een thuisrestaurant exploiteren. Met al 1.502 ingeschreven hobbychefs lijkt het alsof de organisatie zich vooral op de aanbodkant focust. Ze hebben blijkbaar het vertrouwen dat de vraag wel zal volgen. Interessant is dat Koninklijke Horeca Nederland al vrij snel concludeert dat de strenge horeca-regelgeving ook van toepassing moet zijn op huiskamerrestaurants. Rob Lagendijk, oprichter van AirDnD, is het daar niet mee eens: “Hobbychefs zijn geen ondernemers, ze vragen alleen een onkostenvergoeding voor een diner dat ze serveren in hun eigen huiskamer. De meesten hebben een full-time baan en willen hun huiskamerrestaurant maar een of enkele keren per maand openen voor gasten. Studentenhuizen, vriendenclubs en buurtbarbecues waar kosten worden gedeeld, zijn ook niet bedrijfsmatig en hoeven om die reden ook niet aan horeca-regelgeving te voldoen.”

Om te ontdekken wat hier aan de hand is, moeten we kijken naar de bredere ontwikkeling

Opschalen door transparantie

Om te ontdekken wat hier aan de hand is, moeten we kijken naar de bredere ontwikkeling. De activiteiten die op het AirDnD-platform plaatsvinden zijn niet nieuw. Individuen organiseren zich sinds mensenheugenis in groepsverband om, al dan niet tegen een financiële vergoeding, samen te eten en drinken. Soms maakt iemand winst, vaak niet.

Wat een online platform als AirDnD doet is het aanbod in één klap transparant maken. Iedere bezoeker van het platform kan snel zien waar gekookt wordt, wat er op het menu staat en hoe andere bezoekers de chefs beoordelen. Klantenservice en recensies van andere gebruikers geven een extra stukje zekerheid om bij een vreemde de woning binnen te stappen. Voor de aanbieder verlaagt het platform de drempel om een groot publiek te bereiken. Ieder thuisrestaurant krijgt een eigen profiel waar de hobbychef, met hulp van het platform, zich kan profileren en recensies kan verzamelen. Het platform is erbij gebaat dat zowel vragers als aanbieders zich optimaal presenteren. Hoe beter de presentatie, hoe meer handel en dat betekent meer commissiegeld voor het platform.

Vergelijk het met de opkomst van Marktplaats.nl: waar vroeger de drempel om een tweedehands product te verkopen of te kopen heel hoog was, staat als verkoper jouw product nu met een paar klikken online voor een miljoenen publiek en heeft de koper een overzicht van het totale aanbod.

Onrust onder de gevestigde orde

In de markt van thuisrestaurants is het interessant om te zien dat AirDnD niet de eerste in deze markt is (Thuisafgehaald en EatWith bestonden bijvoorbeeld al), maar wel de eerste die serieuze onrust veroorzaakt. Volgens mij komt dit doordat AirDnD het eerste platform is dat zich primair richt op de Nederlandse markt. De oprichters zoeken erg actief de media op. Dat terwijl de pers de laatste maanden kritischer is gaan schrijven over ontwikkelingen rondom de deeleconomie.

De onrust van de gevestigde orde wordt dus in mijn ogen voornamelijk veroorzaakt door de potentiële schaal van de (in hun ogen) oneerlijke concurrentie

Maar hoe groot is het probleem nu echt? Hoewel de ambitie van AirDnD fors is, is voor de buitenwereld niet bekend wat er nu écht op het platform gebeurt (transparantie kent ook bij platformen zijn grenzen) en wat de toekomst gaat brengen. De onrust van de gevestigde orde wordt dus in mijn ogen voornamelijk veroorzaakt door de potentiële schaal van de (in hun ogen) oneerlijke concurrentie. Concurrentie die sinds mensenheugenis bestaat en waar instanties ook vast al sinds mensenheugenis iets van vinden, maar die door de beperkte schaal blijkbaar nooit serieus is genomen.

Het feit dat de markt voor huiskamerrestaurants door platformen als AirDnD in potentie snel kan groeien, zorgt voor de nodige urgentie om in discussie te gaan en deze grens helder neer te zetten. En een kans voor de gevestigde orde te bedenken hoe van deze mogelijke bedreiging een kans te maken.

Platform als belastinginspecteur

AirDnD maakt vraag en aanbod echter niet alleen voor de gebruikers inzichtelijk. Terug naar vroeger, toen mensen ook al voor elkaar kookten, al dan niet tegen vergoeding. De niet-transparante en gefragmenteerde markt was het voor inspectie wellicht inhoudelijk wel interessant om te controleren, maar de kosten wogen niet op tegen de baten. Nu is daar opeens een platform: de plek waar al dit gefragmenteerde vraag en aanbod bijeenkomt.

Volgens mij is de belangrijke vraag dus niet ‘moeten deelplatformen aan dezelfde regels voldoen?’ maar ‘welke consequenties en kansen bieden platformen voor regelgeving en privacy?’

Een platform dat inzicht heeft in alle transacties, gebruikers en ga zo maar door. Waar Facebook de natte droom van iedere inlichtingsdienst wordt genoemd (mensen vullen zelf in waar ze zijn en wat ze doen), kan een platform als AirDnD de natte droom worden van iedere voedsel- en belastinginspecteur. Volgens mij is de belangrijke vraag dus niet ‘moeten deelplatformen aan dezelfde regels voldoen?’ maar ‘welke consequenties en kansen bieden platformen voor regelgeving en privacy?’.

Wat belastingen betreft is het meest voor de hand liggende (en het meest discutabele scenario) dat een platform een directe link maakt met de database van de Belastingdienst en de inspecteurs van Koninklijke Horeca Nederland. Geen gedoe met aangiften, alle data wordt automatisch verwerkt. Gemak voor iedereen. Belangrijkste minpunt van een dergelijk systeem is privacy: ook al heb je misschien niets te verbergen, toch wil je niet dat iedereen maar weet wat jij doet.

Dit zou deels kunnen worden opgelost door voor de gebruiker inzichtelijk te maken wie welke data kan inzien en de controle bij de gebruiker te laten. Hierdoor wordt de link optioneel en als extra service aangeboden. Dit scheelt de gebruiker veel tijd bij het invullen van belastingformulieren. Deze service is dan een toegevoegde waarde van het platform voor gebruikers. De gemeente Amsterdam heeft samen met Airbnb een eenvoudigere oplossing gekozen: Airbnb houdt automatisch toeristenbelasting in bij huurders die in Amsterdam een Airbnb huren en maakt dit als één bedrag, zonder specificatie, over aan de gemeente. Dat hierbij de gemeente Airbnb op zijn blauwe ogen moet geloven, daar kun je een hoop van vinden. En daar vinden ze in Amsterdam intussen ook wat van.

Inspectie uitbesteden aan platformen

Voor de inspectie van de Voedsel- en Warenautoriteit zijn de kansen in mijn beleving het meest interessant. Ook al zou het platform de data van haar gebruikers afstaan, dan is alsnog de uitvoer van de inspectie een monsterklus. Dan is mijn vraag: waarom besteedt de inspectie deze taken niet uit aan het platform? Het platform heeft immers goed contact met de aanbieders.

Daarbij kan een kwaliteitslabel vanuit de inspectie zelfs voor meer handel op het platform zorgen: een inspectiekeurmerk is weer een extra reden voor eters om een hobbychef te vertrouwen. Daarnaast kan het uitvoeren van inspectietaken zelfs het verdienmodel van een platform verder legitimeren. Hierbij loop je wel een risico dat de slager zijn eigen vlees gaat keuren, dus moet men sowieso op zoek naar een combinatie van inspectie, gebruikerservaringen en meer.

Tot slot

Ontwikkelingen rondom platformen als AirDnD zullen de komende jaren in meer en meer branches hun intrede doen. Het is belangrijk om duidelijk te kijken naar wat er nu écht nieuw is, waar mogelijk een grens moet worden getrokken en hoe deze nieuwe ontwikkelingen ook tot nieuwe kansen kunnen leiden. Ik zie er genoeg, maar dan moet je vanuit alle kanten nét iets verder kijken dan je neus lang is.

Waar de aandacht in media veelal gaat naar de exponentieel groeiende platform initiatieven, vergeten we soms dat er ook al een aantal goed draaiende platformen in ons dagelijkse gewoonten zijn geïntegreerd. Platformen die soms al meer dan tien jaar bestaan, niet exponentieel maar wel gestaag groeien en die ieder jaar netjes zwarte cijfers draaien. Iets wat veel platformen nog maar moeten zien waar te maken.

Vorige week was ik op bezoek bij het (tot voorkort) oer-Hollandse Werkspot, waar ik uitgebreid met CEO Ronald Egas sprak. Vorig jaar tijdens een Tegenlicht Meetup over de deeleconomie waren we elkaar al tegengekomen. Nu een van de vraagstukken die mij bezighoudt ‘arbeid in de platform economie’ is, was het hoog tijd voor een uitgebreider gesprek. Werkspot.nl is een platform waar je jouw klus omschrijving kunt plaatsen en waar 7.000 professionele klusjesmannen (ja, vooral mannen) jou een aanbod kunnen doen. Check de video van het interview hier onder, beluister de podcast en/of lees mijn meest interessante bevindingen en gedachten hier onder.

 

Geen schijnconstructies
Op dit moment zijn er internationaal veel discussies en enkele rechtzaken rondom de vraag welke verantwoordelijkheden een platform moet nemen voor de mensen die via het platform hun geld verdienen. De platformen willen, vanuit winst- en groeiperspectief gezien ‘begrijpelijk’, zich niet profileren als werkgever. Bij een platform als Uber is dit een interessante discussie. Immers: de chauffeur is in veel gevallen volledig afhankelijk van het platform, maakt zich afhankelijk door investeringen te doen (lees: koopt auto) waar hij of zij enkele jaren aan vast zit en is hierdoor extra kwetsbaar door de eenzijdige aanpassingen aan de voorwaarden die het platform doorvoert. Ik vermoed dan ook dat de discussie rondom (de verschraling van de) arbeidsrelaties via platforms de komende jaren een hot topic gaat worden. In lijn met de over het algemeen steeds flexibeler wordende arbeidsmarkt. Deels gestuurd door de enorme kosten en risico’s die het werkgeverschap met zich meebrengt.

Werkspot zie ik als uitzondering in deze discussie: klusjesmannen komen alleen op het platform met een KvK inschrijving (dus geen fiscale uitdagingen) en Werkspot is in de meeste gevallen een (kleine) aanvulling op de huidige business, waardoor er geen grote afhankelijkheid van het platform ontstaat. Ik zie Werkspot dan ook eerder als een slimme marketing en sales tool voor klusjesmannen die over het algemeen hun tijd liever besteden aan hetgeen zij goed zijn zijn: klussen.

Verdienmodel staat nog in de kinderschoenen
Op dit moment hebben zo’n 7.000 klusjesmannen zich aangesloten bij Werkspot. De klussen die zij via dit platform binnen halen zijn volgens Ronald over het algemeen een laatste aanvulling op hun reguliere werkzaamheden. Klussers betalen Werkspot een jaarlijkse fee om een x-aantal reacties te mogen geven op klusaanvragen van consumenten. Hiermee zitten zij helemaal vooraan in het proces van een aanvraag. De prijs voor een antwoord is relatief laag, aangezien zij geen idee hebben wat de kwaliteit is van de aanvraag en hiermee ook geen beeld hebben wat de uiteindelijke verdiensten zijn van de klusser. Ik denk dat wanneer zij meer energie stoppen in het aanleveren van kwalitatief hoge prospects aan hun klussers de prijs per lead ook flink omhoog kan. Of dit uitgaand van een gelijk aantal klussers onder de streep een beter resultaat voor Werkspot valt te bezien, maar ik denk dat deze strategie uiteindelijk zal zorgen dat het aantal klussers dat zich aanmeldt zal stijgen. Immers: nu is het voor klussers best een gedoe om klussen te scoren via Werkspot. De consument plaatst een (door gebrek aan kennis slecht of onvolledig omschreven klus) op het platform. Vervolgens reageren een stuk of 5 klussers op de aanvraag. De kans dat jij de klus krijgt is dus 20 procent. Waarbij ik het risico dat de klant de klus uiteindelijk uitstelt of toch via een andere weg (legaal of illegaal) laat oppakken voor het gemak negeer. De vraag is hoeveel moeite je doet om een goed voorstel te schrijven bij zo’n laag succespercentage. Op het moment dat Werkspot er voor kan zorgen dat de leads beter aansluiten op de klusser en wellicht ook werk uit handen nemen dat niet alleen de prijs per lead omhoog kan, maar dat het platform ook aantrekkelijker wordt voor een grotere groep klussers. Want uiteindelijk zit hier volgens Ronald dan ook de bottleneck in de groei van het platform. Aanvragen zijn er genoeg, maar het aanbod van klussers blijft traditioneel achter.

Van losse crowd naar community
Dit brengt mij ook tot het punt waarin Werkspot nog sterker van losse ‘klus crowd’ door moet groeien naar een community. Om de toegevoegde waarde voor de klussers groter te maken door bijvoorbeeld naast ‘sales en marketing gedoe’ ook andere oplossingen aan te bieden aan de klussers. Ik denk hierbij aan pensioenvoorziening, verzekering, collectieve inkoop en misschien wel een intern deelplatform. Hoe groter de toegevoegde waarde van Werkspot in het dagelijks leven van de klusser, hoe aantrekkelijker het platform wordt voor bestaande en potentiële klussers. Goed voor de lange termijn, maar ook voor de eigen portemonnee. Belangrijk hierin is wel dat ze samen gaan werken met de juiste partners die de waarden van Werkspot delen en niet het wiel zelf opnieuw gaan uitvinden. Dus: focus op de kern en zoek de beste partners die je kunt vinden. Zo kun je op korte termijn vaart maken én bouwen aan een duurzaam model voor de toekomst.

Om het Design Thinking werkproces met genoeg kennis in te gaan heeft de projectgroep zojuist het deskresearch afgerond. Binnen dit deskresearch heeft de projectgroep verschillende crowdfunding initiatieven geanalyseerd en hier learnings uit getrokken. Per initiatief zijn deelvragen beantwoord waarbij de belangrijkste bevindingen en succesfactoren meegenomen worden om te gebruiken in het door de projectgroep te ontwikkelen concept. Lees verder om alle belangrijkste aspecten voortkomend uit dit deskresearch te zien!

Aanmelden
Allereerst is het van belang de aanmeldprocedure zo gebruiksvriendelijk mogelijk te maken. Dit kan gedaan worden door een visueel gemaakt stappenplan prominent op het platform te presenteren, zodat er direct duidelijk wordt aangegeven hoe een geïnteresseerde zich dient in te schrijven voor het platform.

Kwaliteit antwoorden
Tijdens de aanmeldprocedure van de vraagsteller op het platform is het belangrijk aan de hand van een review goed te kijken naar de persoon die zich aanmeld en in welke dimensie (platform eigenaren, project eigenaren, experts of investeerders) de vraag hoort die de persoon wil stellen. Op deze manier wordt de kwaliteit van de antwoorden die gegeven gaan worden beter gewaarborgd. De vraag zelf kan vervolgens op verschillende manieren beantwoord worden, waarvan de meest voor de hand liggende antwoordmogelijkheid het schrijven van een reactie onder de gestelde vraag is. Er kan echter ook nagedacht worden over een andere invulling van antwoord geven: een voorbeeld hiervan is dat mensen die vragen hebben zich kunnen ‘inschrijven’ op een conference call en een antwoordgever diverse vragen beantwoordt middels bijvoorbeeld Google Hangout.

Tegemoetkoming
Om de antwoordgevers op het toekomstige platform te betrekken bij de gestelde vraag, zou het goed zijn als er voor de vraagsteller een mogelijkheid bestaat om de antwoordgever tegemoet te komen met een bepaalde gift. Dit kan zowel een financiële als niet financiële gift zijn: er kan een tegenprestatie geleverd worden.

Een tweede strategie om de antwoordgevers een gedegen vergoeding te geven voor hun antwoord, is door de vraagsteller een bepaald bedrag aan ‘Entree Fee’ te laten betalen bij het stellen van hun vraag. Van deze Entree Fee wordt een bepaald percentage aan de antwoordgevers toegekend. Het verschil in percentage van uitbetaling onder de antwoordverschaffers wordt bepaald aan de hand van de waardering en rating van elk antwoord. Deze rating kan op verschillende manieren plaatsvinden. Een voorstel is om twee ‘like’ buttons naast het gegeven antwoord te plaatsen: de antwoorden zullen beoordeeld worden door enerzijds de likes vanuit de vier dimensies en anderzijds door likes die het organisatie team van het platform uitdeelt.

Verdienmodel
Hiernaast dient het platform zelf uiteraard ook zijn diensten te bekostigen. Dit kan gedaan worden door een vast percentage van de eerder genoemde Entree Fee naar de organisatie te laten terugvloeien. Ook kan het platform besluiten actief sponsors te betrekken. Wanneer het platform bijvoorbeeld gesponsord zou worden door een uitgever die over crowdfunding boeken beschikt in zijn assortiment, zou het platform deze voor een lage prijs door kunnen verkopen aan zijn members. Dit initiatief creëert zowel goodwill bij de platform deelnemers als extra inkomsten.

Communicatie
Door succesfactoren van het platform uit te lichten op de platform pagina en andere aangeschreven verwante media, kan zowel een grotere doelgroep aangeboord worden als huidige platformgebruikers betrokken worden gehouden. Dit laatste punt kan optimaal bewerkstelligd worden als er ook nieuwsberichten worden geplaatst over wat de vraagsteller concreet heeft gedaan met of heeft gehad aan de verkregen antwoorden van het platform: bijvoorbeeld een bericht over een vraagsteller die een succesvolle crowdfunding actie heeft kunnen organiseren naar aanleiding van de hulp van het platform.

Essentieel binnen dit onderwerp is ook dat het platform zo goed mogelijk up-to-date dient te blijven wat betreft informatie en kennis rondom crowdfunding. Het is dan ook zaak om regelmatig een post te plaatsen die inspeelt op de huidige situatie rondom het thema crowdfunding, zodat er de mogelijkheid ontstaat om over relevante onderwerpen te discussiëren.

Lay-out
Om de werkbaarheid van het platform zo groot mogelijk te maken in de huidige snel digitaliserende tijd, is het een voorwaarde dat het platform een goede toegankelijkheid biedt via moderne middelen als bijvoorbeeld een zeer interactieve site en een applicatie voor op de mobiele telefoon. Tevens dient er gekeken geworden naar manieren waarop een online platform ook offline marketing kan bewerkstelligen: zo kunnen er meer mensen als toekomstige doelgroep bereikt worden.

Uit de verschillende geanalyseerde initiatieven zijn dit de uitkomsten. De projectgroep gaat deze uitkomsten meenemen in het verdere proces.

research

Gisteren was weer een enerverende dag op de Crowdsourcing Week Europe 2014 in Kopenhagen. Een dag vol insights over crowdfunding. In de volgende video kijken we terug op deze mooie (en lange!) dag:

Check ook de interviews van deze dag met:

Deze week is het een half jaar geleden dat het Amerikaanse crowdfundingplatform Kickstarter digitaal voet zette op Nederlandse bodem. Uit analyse van Crowd Expedition blijkt dat driekwart van de projecten hun doel niet haalt. Waar gaat het mis en wat gaat er wel goed? De resultaten van het onderzoek.

In 2013 brachten 3 miljoen mensen samen 480 miljoen dollar op dit platform bijeen om bijna 20.000 projecten te financieren. In 2014 kwam Kickstarter naar Nederland en maakten Nederlandse crowdfundingplatformen zich zorgen over hun toekomst. NRC publiceerde die dag het artikel ‘Neemt Kickstarter crowdfunding in Nederland over?’ Een half jaar later onderzochten wij van Crowd Expedition of deze zorgen terecht waren.

Projecten
Wat betreft het aantal projecten heeft het platform niet te klagen. Op 22 september tellen wij in totaal 311 Nederlandse projecten op Kickstarter. Honderdtwinitg van deze campagnes (39 procent) slaagden er niet in hun doelbedrag binnen te halen. 16 procent is voortijdig geannuleerd.

Somber perspectief
Bij de nog actieve projecten valt op dat slechts drie van deze campagnes 100% van het doelbedrag hebben opgehaald. Vijf van deze lopende campagnes hebben meer dan 50 procent opgehaald en 53 campagnes haalden tussen de nul en tien procent op. Deze campagnes lopen af tussen 23 september en 15 oktober, dus de kans dat deze campagnes het doelbedrag halen is minimaal.

Wanneer we de lopende campagnes uit de selectie filteren en de geannuleerde campagnes als niet geslaagde campagnes interpreteren dan is de kans op slagen van een Nederlandse campagne op Kickstarter gereduceerd tot 25%. Wanneer je kijkt naar de voortgang van de  campagnes die nu lopen, vermoeden wij dat dit getal nog verder zal dalen.

Waar gaat het mis?
Als je naar alle projecten kijkt, zie je dat initiatiefnemers van zowel succesvolle als niet succesvolle projecten veel tijd hebben hebben gestoken in het optuigen van de projectpagina. Daarna gaat het mis.

De gemiddelde betrokkenheid (updates, social media shares en comments) bij de succesvolle campganes ligt vele malen hoger dan bij de onsuccesvolle campagnes. Continu communiceren met jouw doelgroep is een belangrijke succesfactor voor het wel of niet slagen van een crowdfundincampagne.

Waarom is Kickstarter minder succesvol dan de rest?
Martijn Arets, expeditieleider bij Crowd Expedition: “Kickstarter heeft het platform geopend voor Nederlandse projecten, maar is niet actief betrokken bij de Nederlandse markt. Betalingssystemen als iDeal zijn nog niet in het platform geïntegreerd, de voertaal blijft Engels. Er is geen Nederlands kantoor om projecteigenaren te begeleiden.

Het lijkt handig dat je via Kickstarter een internationaal publiek kunt aanspreken, maar vooral in het begin zijn familie, vrienden en kennissen het allerbelangrijkst. Zij zijn je ambassadeurs en daar kan geen potentieel miljoenenpubliek tegenop. Kickstarter informeert het publiek te weinig over deze cruciale startfase.”

Succescampagnes
Kickstarter is vooral goed voor tastbare ‘musthave’ producten. Denk aan hippe standaards voor je iPad, een ‘home security camera’ en een opensource 3D-printer of (typisch Hollands) grappige fietsaccesoires. Dit zie je duidelijk terug in de top tien van meest succesvolle Nederlandse Kickstarter projecten van de laatste 6 maanden.

———————————————————————–
Noot voor de redactie:

Voor meer informatie of een toelichting kunt u contact opnemen met:

Martijn Arets, martijn@collaborative-economy.com, 0650244596, @martijnarets

De dataset met alle projecten van het eerste half jaar Kickstarter Nederland is hier te downloaden

Crowd Expedition is een 2-jarig onderzoek en media project waarin expeditieleider Martijn Arets op zoek gaat naar de werkelijke toegevoegde waarde en potentieel van de collaborative economy. En paraplu term boven begrippen als crowdfunding, de deeleconomie en crowdsourcing. Meer informatie is te vinden op www.collaborative-economy.com

 

Vertrouwen en reputatie worden gezien als de belangrijkste voorwaarden voor het slagen van de collaborative economy. Rachel Botsman sprak in al 2012 over ‘the currency of the new economy is trust‘. Gisteren stond in De Correspondent het artikel ‘Wat als data je vertellen wie je kunt vertrouwen’. Een interessant verhaal waarin correspondent Ernst-Jan Pfauth  zijn ervaringen met online reputatie op Airbnb en het gebrek aan een goed vertrouwenssysteem op Marktplaats. Ernst-Jan sluit als volgt af:

“Gekke ideeën misschien, maar data verstrekken die je moeten vertellen of iemand in orde is, wordt steeds normaler. Uber vertelt me hoe vriendelijk de taxichauffeur is. En mocht ik die camper voor Lowlands uiteindelijk op Snappcar huren, dan hoef ik niet meer naar nicknames te kijken, maar kan ik gewoon op de recensies van eerdere klanten afgaan. Uiteindelijk vind ik dat prettiger, maar tegelijkertijd hoed ik ervoor dat mijn voelsprieten voor andermans betrouwbaarheid niet afsterven.”

Aangezien wij met het eerste blok veel discussies over vertrouwen hebben gevoerd, besloot ik de volgende reactie bij het artikel te plaatsen:

“Terwijl (online) vertrouwen en reputatie de basis vormen van de collaborative economy (en de deeleconomie), wordt er beroerd weinig aandacht aan besteedt. Eén heel belangrijke vraag niet wordt gesteld: van wie is JOUW reputatiedata?

Je bouwt met veel moeite een reputatie op via bijvoorbeeld Airbnb. Je ontvangt en geeft referenties, waarderingen, tips, etc. Met iedere stukje reputatie dat je opbouwt, verrijk je je profiel op Airbnb, maar word je ook steeds afhankelijker van het platform. Immers: wanneer je via een van de andere huizenverhuurplatformen een appartement voor een weekend wilt huren, dan begin je weer vanaf nul. Drie keer raden hoe groot de kans is dat jij overstapt. Juist.

Deelplatformen delen zelf nagenoeg niets. Zeker niet hun meest kostbare bezit: reputatiedata. En dat is iets waar de komende tijd iets aan moet worden gedaan. Natuurlijk hoeven de platformen niet alle data te delen: het feit dat jij een appartement netjes achterlaat, betekent niet dat jij goed in een (deel)auto kunt rijden. Maar toch zijn er bepaalde algoritmes te bedenken om een ‘trustscore’ (score van vertrouwen) te berekenen. Kredietbeoordelaars doen dit al jaren.

Op de vraag van wie JOUW reputatiedata moet zijn, had ik onlangs een leuke discussie. Iemand stelde voor dat je gegevens van jou moeten zijn en bij overstap naar een andere platform je deze mee moet kunnen nemen. Klinkt misschien wat vaag, maar er is een mooi voorbeeld waar dit werkt: mobiele telefonie. ‘Vroeger’ was de telecom provider baas van jou nummer. Weg bij KPN = weg nummer. Nu is het per wet geregeld dat jij baas bent over jouw nummer. Wanneer je overstapt van provider, is het dus wettelijk geregeld dat je jouw nummer mee mag nemen.

En wat als de platformen hier niet zelf mee aan de slag gaan? Dan doet iemand anders het. Startups springen in het gat. Onlangs bezocht ik het bedrijf eRated: een online reputatie tool. Je maakt een profiel aan, koppelt jouw eBay, Facebook, etc. aan dit profiel en basis van deze data maakt eRated een onafhankelijke trust score. Wat een platform vervolgens weer kan embedden. Kind kan de was doen.

Interessante food4thought. Wie zet de eerste stap?

 

Illustratie bij dit artikel: Cléa Dieudonné. Ik ben zo vrij geweest om deze te ‘lenen’ van de website van de correspondent. 

niek“De taxiwet uit 2004 is verouderd. Logisch, want wetgevers kunnen niet in de toekomst kijken. Maar als de Overheid echt slimmer gebruik wil maken van vervoer, moeten de regels veranderen.” Dat zegt Niek van Leeuwen, directeur van Uber Nederland. Volgens hem zorgt de veelbesproken taxi-app Uber voor innovatie in de taximarkt. “En vernieuwing, dat is echt nodig.”

Social Media